Blijven lopen, maar af en toe achterom kijken.
Ik lig in bed, het is kwart over twee. De slaap komt maar niet. Klaas Vaak laat het afweten. Toch maar weer even, na lange tijd, een blog plaatsen. Wederom over de dood. Dit keer niet omdat ik er over wilde filosoferen. Nee, dit keer omdat ik gisteren (16 juni 2009) weer werd geconfronteerd met onze eeuwige opponent. Het is geen vijand. Wel een tegenstander. Een tegenstander die ontweken moet worden, wil je leven. Een geduchte, maar desondanks rustige tegenstander. Hij wacht, en wacht, en wacht. Totdat iemand klaar is met zijn leven en hem dan in een innige, maar onomkeerbare omhelzing neemt.
Het leven is prachtig. Een lange weg van momenten van geluk (ik denk namelijk dat geluk geen constante is, maar een stemming; een aaneenschakeling van mooie momenten. Daarover later meer), momenten van liefde, van plezier. Maar ook met dieptepunten: verdriet, pijn en leed. Maar juist die zware momenten in je leven maken jou als persoon. Want waar geen dieptes zijn, zijn ook geen hoogtes. De meeste mensen vechten zich erdoorheen, door dieptes die niemand ooit voor mogelijk houdt. Maar heel af en toe zijn er mensen die niet meer verder kunnen. Mensen die zo diep zitten, dat de heldere blauwe lucht die aan de hemel staat, niet meer te zien is, vanuit de put waarin zij zich bevinden. Mensen die zich vastgrijpen aan het zwarte om hen heen, in plaats van aan de kleine lichtpuntjes die zich ver boven hun hoofd begeven. Wat maakt het leven zo zwart, dat je niet meer terugschrikt bij het idee je opponent op eigen keuze te omhelzen?
Ik kan niet begrijpen wat er in een hoofd omgaat, als iemand besluit een eind aan zijn leven te maken. Kan het eigen leed groter zijn, dan het leed wat je creëert? Ik betwijfel het. Want je laat altijd mensen achter, mensen die om je geven, mensen die van je houden. Er is, in mijn ogen, geen grotere daad van egoïsme. De dood is af en toe een makkelijke keuze, maar nooit de beste. Je laat alles en iedereen achter, mét de rotzooi die je zelf nog bij je droeg.
Maar er is ook een andere zijde. Een opperste staat van geluk tegenover een opperste daad van egoïsme, is dat zo slecht? Je laat dan wel je leven achter, een leven schijnbaar ongelukkig, maar je krijgt er een staat van zorgeloosheid en geluk voor terug. Je wil gewoon het beste voor jezelf. Kun je iemand gunnen, ook al is het onbegrijpelijk, nu, dood, beter af te zijn dan in het leven zelf? Ik denk het wel. En kun je het niet, moet je het toch proberen. Want er valt nu niets meer terug te draaien. De klok tikt door, elke minuut, elke seconde van je leven. Voor je eigen gemoedsrust is het beter om, hoe moeilijk ook, er vrede mee te hebben. Ik zeg niet dat er niet gehuild mag worden, niet gerouwd mag worden. Maar je eigen leven gaat verder. En elke seconde gerouwd is een seconde niet genoten. Jouw eigen leven is belangrijker dan dat van iemand anders. Je kunt niet stil blijven staan, je moet blijven lopen. Je kunt wel af en toe achterom kijken.
Ik heb vandaag een rare dag gehad. Onverklaarbaar en verklaarbaar verdriet , rust, bezinning, humor, steun en troost wisselden elkaar in een hoog tempo af. Nu dit geschreven. Voor mijzelf, maar ook voor iedereen die dit leest en denkt: hier kan ik wel iets uithalen. Je hoeft het niet met me eens te zijn, maar mocht je dat wel zijn, haal er dan uit wat je wil.
Welterusten.
I will not say: do not weep, because not all tears are an evil
(J.J.R Tolkien - The return of the King)
PS. Graag zou ik ook reacties willen hebben. Waarmee niet eens, maar vooral waarmee wel.
Laatste reacties